Logo Universiteit Utrecht

Woudschoten Chemie conferentie

Verslagen

Beschrijving werkgroepen

Lezingen

René Janssen

Technische Universiteit Eindhoven

 Zonlicht, kleurrijke moleculen en energie

 De natuurlijke fotosynthese is de belangrijkste reactie op Aarde, maar verloopt met een verrassend laag energierendement. Met moleculaire halfgeleidende materialen, die afgeleid zijn van natuurlijke kleurstoffen, kunnen zonnecellen gemaakt worden die zonlicht efficiënt omzetten in elektriciteit. Met hybride materialen zijn zelfs nog hogere rendementen mogelijk. De lezing geeft inzicht in de werking van deze nieuwe typen zonnecellen en de zoektocht naar nog betere materialen voor de toekomst. Als dat lukt, is het vastleggen zonlichtenergie in chemische energie de volgende uitdaging.

Daan Wegener (Universiteit Utrecht), Ernst Homburg (Universiteit Maastricht) & Albert Philipse (Universiteit Utrecht), namens de Chemisch Historische Groep van de KNCV

Is Lavoisier de grondlegger van de moderne chemie? Op het gebied van de organische chemie was Lavoisier de eerste die in zijn Traité (1789) de gebruikelijke natuurhistorische indeling in mineraalchemie, plantenchemie en dierenchemie verliet en de chemie als één geheel op de kaart zette, gebaseerd op zijn elementaire analyse door verbranding met zuurstof. Minerale oxiden werden voorgesteld als verbindingen tussen zuurstof en een enkelvoudig radicaal, en plantaardige en dierlijke zuurstofverbindingen (als alcohol; mierenzuur etc.) als verbindingen van zuurstof met een meervoudig radicaal dat uit C, H en soms ook N en P bestond. De Franse chemici Gay-Lussac, Thenard en Chevreul, en vooral de Zweed Berzelius, bouwden op deze aanzetten voort.

De belangrijkste Nederlandse leerling van Berzelius was ongetwijfeld Gerrit Jan Mulder (1802-1880). In wetenschappelijk opzicht is hij vooral bekend geworden door zijn “proteïne theorie”, die hij in 1838 in het Nederlands, en in 1839 in het Duits publiceerde. Mulder had op grond van chemische analyses geconcludeerd dat eiwitachtige stoffen als albumine, fibrine en casëine een gemeenschappelijk “radicaal” bevatten. Na een aanvankelijke positieve ontvangst door Justus Liebig (1803-1873), de belangrijkste Duitse chemicus uit die tijd, ontstond er de jaren daarna een zeer fel conflict over de proteïne-theorie tussen beide chemici. Hoewel beiden het uiteindelijk bij het verkeerde eind hadden, was het resultaat van de ruzie dat Mulder zich steeds meer terugtrok op zijn Nederlandse bolwerk. Tussen 1826-1840 zette hij een belangrijke chemische school op aan de Klinische School in Rotterdam, en als hoogleraar scheikunde in Utrecht, van 1840 tot 1868, richtte hij het eerste grootschalige universitaire laboratoriumonderwijs in Nederland is. Vele medici, farmaceuten en chemici ontvingen hun opleiding in dat laboratorium. Hij publiceerde zijn belangrijke tweedelige standaardwerk Proeve eener algemeene physiologische scheikunde (1843-1850) en bleef met zijn leerlingen systematisch doorwerken aan het onderzoek van eiwitten.

Een belangrijke ontwikkeling in de scheikunde geschiedenis van de achttiende en negentiende eeuw betreft de ontrafeling van de rol van gassen bij chemische reacties, en de opheldering van de aard van de gastoestand als zodanig. In 1811 formuleert Avogadro het naar hem genoemde principe, dat bij gegeven druk en temperatuur, gelijke volumina gassen gelijke aantallen deeltjes bevatten. Pas een ruime halve eeuw later werd dit principe in de scheikunde aanvaard, om daarmee relatieve molgewichten te bepalen uit massadichtheden van gassen. In de zomer van 1884 komt Van ’t Hoff tot het zeer verrassende inzicht dat Avogadro’s principe niet enkel geldt voor gassen maar evenzeer voor oplossingen, wat leidde tot de naar hem genoemde wet voor de osmotische druk. De fundamentele betekenis en het praktische belang van deze wet, die door Van ’t Hoff’s tijdgenoten werden onderkend en die hem in 1901 de eerste Nobelprijs voor de scheikunde opleverden, zullen worden toegelicht.

In deze lezing wordt allereerst Lavoisier en zijn werk geportretteerd. In het tweede deel wordt ingegaan op het werk van Mulder (en het conflict met Liebig), en zal ook een kort overzicht gegeven worden van latere theorieën waarin eiwitten worden gezien als zijnde opgebouwd uit aminozuren en peptiden. Tenslotte wordt in het derde deel stilgestaan bij het werk van Van ’t Hoff, en zullen drie belangrijke toepassingsgebieden van osmose de revue passeren: zeewater ontzouting, medische diagnostiek en saladebereiding in de keuken.

Aldrik Velders

BioNanoTechnologie is een samenstelling van verschillende buzz-woorden (Nano,Bio, Technologie, Nanotechnologie, Biotechnologie) en het behelst inderdaad vele verschillende disciplines. In mijn vakgroep in Wageningen, onderzoeken we (in de ogen van een chemicus) zeer grote en complexe nanomaterialen, ordegroottes groter dan de ons vertrouwde moleculen. Behalve het maken, is ook het karakteriseren daarvan een uitdaging. Aan de ene kant passen we klassieke technieken toe (en aan) om dit soort grote systemen te bekijken, zoals bijvoorbeeld NMR, kernspinresonantie, spectroscopie. Aan de andere kant gebruiken we ook state-of-the-art elektronenmicroscopie om over meerdere lengte-, en tijdsschalen tegelijk complexe hiërarchisch opgebouwde structuren te karakteriseren. Behalve het maken en bestuderen van bio/nanomaterialen, is een andere onderzoekslijn gericht op het miniaturiseren van analytische apparatuur, om het gebruik en toepassingsgebied daarvan uit te breiden. Dit doen we met name met optische en magnetische resonantie technieken. Het miniaturiseren blijkt niet alleen systemen goedkoper te maken, maar soms ook nog veel gevoeliger.

Patricia Dankers

Professor, verbonden aan het Instituut voor Complexe Moleculaire Systemen en de Faculteit Biomedische Technologie, Technische Universiteit Eindhoven

www.dankerslab.nl

Van supramoleculaire chemie naar biomedische toepassingen

In deze korte uiteenzetting bespreek ik het ontwikkelen van een moleculaire LEGO® blokkendoos die gebruikt kan worden om plastics te bouwen die ervoor zorgen dat stukjes weefsel in het lichaam geregenereerd kunnen worden. Zou het mogelijk zijn om op deze manier een beschadigd bloedvat in ons lichaam te herstellen? Of de hartspier te regeneren na een infarct? Ik zal laten zien dat ons onderzoek aan de Technische Universiteit Eindhoven zich bezighoudt met de ontwikkeling van zogenaamde ‘supramoleculaire’ plastics die gebruikt kunnen worden in de regeneratieve geneeskunde, bijv. als dragermateriaal voor het herstel van een bloedvat of als medicijnafgifte systeem in het hart. Deze plastics/biomaterialen worden door ons opgebouwd door gebruik te maken van supramoleculaire bouwstenen. Je zou je deze bouwstenen (de moleculen) kunnen voorstellen als verschillende moleculaire LEGO® blokken. Met behulp van deze moleculaire LEGO® blokkendoos kunnen we dan nieuwe biomaterialen maken voor diverse toepassingen door simpelweg verschillende LEGO® blokken te gebruiken voor de verschillende bouwwerken/materialen.

Masterclasses

Onno de Vreede

De VNCI (Vereniging van de Chemische Industrie) is dit jaar koninklijk geworden! 100 jaar  georganiseerde chemische industrie in Nederland heeft geleid tot een bloeiende Topsector met talrijke innovatieve producten dankzij de chemie zoals kunstmest, antibiotica en plastics.  Echter, de uitdagingen voor de chemiesector richting 2050 zijn groot, zowel op het gebied van verduurzaming als digitalisering. In 2050 moeten we CO2 neutraal zijn. Fabrieken zullen net zoals auto’s zelfsturend en daarnaast ook zelflerend zijn.  Wat betekent dit voor de eisen die aan de t2030-50ekomstige chemicus worden gesteld? En wat is de rol van de t2018-50ekomstige leraar scheikunde hierbij? Wat moet deze leraar zelf kunnen? En hoe blijft hij bij de tijd? In deze masterclass worden vooral vragen opgeworpen. Slijp uw biobased potlood en discuseer mee!

Download (PPT): Gezond drinkwater – Een doorkijk door de tijd van gezond drinkwater

Onno Kramer

Van een afstand in de ruimte ziet onze aarde er blauw uit. Je zou het daarom misschien niet verwachten, maar onze mooie planeet is toch heel erg droog. Met een toenemende wereldbevolking en een wens naar meer welvaart neemt de ‘water-stress’ steeds meer toe en dit betreft vooral zoet en schoon water.

Het milieu wordt zwaarder belast met een scala aan chemische stoffen die op hun beurt een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Onze eerste primaire levensbehoefte is gezond drinkwater en dit vinden we in de westerse wereld heel vanzelfsprekend. Echter, op iets meer dan twee uur vliegen is het maar de vraag of het verstandig is om uit de kraan te drinken. In toenemende mate moeten er steeds complexere stoffen uit het water worden gehaald en dit vraagt steeds meer van de chemische zuiveringen bij de bereiding van drinkwater.

In deze masterclass wordt aan de hand van de geschiedenis van Nederlands eerste waterleidingbedrijf uitgelegd hoe betrouwbaar drinkwater door de tijd heen werd bereid en hoe Nederland heden ten dage in staat is om het beste drinkwater van de wereld te bereiden. Ons drinkwater heeft vergelijkbare kwaliteit als flesjeswater alleen is het drinkwater uit de kraan veel goedkoper en duurzamer. Nederland als Deltaland, is een waterexpert en deelt en verspreidt deze kennis internationaal. Kennis dient te stromen.

Deze masterclass gaat tevens in op het onderwerp duurzaamheid en drinkwater. Als wij willen dat volgende generaties ook zorgeloos uit de kraan kunnen blijven drinken moeten we duurzamer gaan werken. Waterbedrijven dragen hier al aan bij en vinden steeds betere oplossingen om de waterzuiveringsprocessen duurzaam te maken. De ontharding van drinkwater is hier een goed voorbeeld van. Bij het zachter maken van drinkwater worden er ook reststoffen geproduceerd. Van deze reststoffen worden nu weer nuttige grondstof van gemaakt en zo dragen we bij aan een circulaire economie.

Naast de geschiedenis en de duurzaamheid gaat deze masterclass ook in op de processen van drinkwaterbereiding. De drinkwaterbereiding is een combinatie van zowel chemische, fysische als biologische processen en naast een circulaire aanpak ook een kwestie van een interdisciplinair aanpak.

De masterclass “Gezond drinkwater – Een doorkijk door de tijd van gezond drinkwater” biedt u als docent kennis in diverse facetten van gezond drinkwater. De kennis die u bij deze masterclass op doet is heel geschikt om in uw eigen lespraktijk op uw eigen school uit te dragen.

Jim Ottelé

In deze masterclass zullen we het hebben over verschillende theorieën die beschrijven hoe leven heeft kunnen ontstaan. Vervolgens zal ik u de huidige stand van zaken in de zoektocht naar synthetisch leven laten zien, en kijken we naar de scheikunde achter life de novo.

Concepten zoals zelf-replicatie, autokatalyse, moleculaire evolutie en emergente katalyse zullen aan bod komen. Meer informatie over onze vakgroep kunt u vinden op www.otto-lab.com, waar ook meerdere filmpjes te zien zijn over ons onderzoek. Voor vragen of opmerkingen kunt u mij benaderen via j.ottele@rug.nl

Filip Poncelet

Chemieleerkracht.be is een portaalsite opgebouwd samen met studenten chemie lerarenopleiding secundair onderwijs UCLL Limburg. Chemieleerkracht.be wil jongeren boeien voor chemie, ze uitdagen, chemie doen begrijpen, chemie laten herkennen rondom zich, de positieve bijdragen van chemie aan de maatschappij meegeven. De site wil voor de leerkracht een verzamelplaats zijn van inspirerende materialen, creatieve ideeën, linken naar interessante filmfragmenten, animaties, bronnen…, leuke contexten, ….. De site wil ook een plek van uitwisseling zijn.


Op de website wordt eenzelfde leerinhoud chemie (voor 12 tot 18-jarigen) via verschillende werkvormen aangeboden en de leerkracht, leerling kan met één of via een combinatie aan werkvormen de leerinhoud verwerken. De didactische materialen kunnen op de site geraadpleegd worden via de chemische begrippen, via een zoekfunctie of via voorgestelde tags.
Na een korte voorstelling van de site onderzoeken we voor een 3 tot 5 begrippen het aanbod zelfstandige verwerking.

Bijzondere aandacht hierbij wordt gevestigd op het aanbod:

  • experimenten (in onderzoekende vorm uitgewerkt , mogelijke inbreng van Ipad-apps, rapporteringsvormen, ICT-integratie)
  • inoefenen via uitgewerkte bookwidgettesten (https://www.bookwidgets.com/)
  • simulaties met voorziene werkblaadjes
  • beschikbare aanbod Virtual Reality, Ipad-apps,
  • https://www.bookwidgets.com, gratis (chemie)-software
  • zelfgemaakte gezelschapspellen als synthese-tools

We ronden de sessie af met vragen, suggesties.

Vincent Voet

Een 3D-geprinte tand, kies of kroon? In de toekomst is het de normaalste zaak van de wereld. Economen voorspellen zelfs dat ontwikkelingen in 3D-techniek de vierde industriële revolutie veroorzaken. GreenPAC, initiatief van NHL Stenden hogeschool en Hogeschool Windesheim, focust zich al langere tijd op het ontwikkelen van nieuwe en duurzame materialen voor 3D-printen. Binnen GreenPAC wordt kennis en innovatie ontwikkeld, gerealiseerd en gefaciliteerd. Niet alleen door de hogescholen, maar juist in samenwerking met bedrijven en producenten. Samen met hen werkt GreenPAC aan praktijkgericht en toegepast onderzoek. Zo ook op het gebied van 3D-printen.

De 3D-techniek maakt het makkelijker en goedkoper om eenmalig een uniek product te maken. Van de medische wereld tot de entertainment industrie, binnen elke sector is deze techniek toepasbaar. Denk bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van op-maat-gemaakte mondbitjes voor hockeyers of boksers. Een 3D-scanner scant nauwkeurig het gebit, deze scan wordt doorgestuurd naar een computer, die een negatief van het gebit maakt, dat vervolgens met geschikt elastisch materiaal wordt geprint op een 3D-printer. Deze innovatie maakt een bezoek aan de tandarts voor een gipsmal overbodig.

Wel zijn er de komende jaren nog genoeg uitdagingen te overwinnen. Zo hebben de huidige 3D-printers nog niet altijd de eigenschappen die de bestaande techniek wel heeft. 3D-printers werken op dit moment bijvoorbeeld nog maar met een beperkt aantal materialen. Dit is een van de speerpunten van GreenPAC. De materialen die GreenPAC gebruikt zijn gebaseerd op natuurlijke grondstoffen en soms zelfs biologisch afbreekbaar. Zo wordt momenteel verkend hoe natuurlijke vezels als hout en gras kunnen worden gemengd met bioplastics, om vervolgens te worden toegepast in 3D printers.

In deze masterclass wordt je meegenomen in de wereld van duurzaam 3D printen, van natuurlijke grondstof tot functioneel product.

Diederik Jaspers

‘Paris Proof Chemistry’ – Parijs kan wél snel ingevoerd worden.

Het Verdrag van Parijs stelt stringente doelstellingen die er op neerkomen dat in 2050 bijna alle sectoren géén CO2 emissies meer mogen hebben. Prikkelend is dat er al heel veel chemie routes op tafel liggen; klaar voor gebruik om deze doelstelling al veel eerder te kunnen realiseren. In China zijn ze al begonnen met de zogenaamde methanolchemie; de productie van plastics en benzine zónder fossiel bronnen als aardolie en aardgas. Natuurlijk zijn er ook sterke innovaties nodig om bestaande en nieuwe (electro)chemische processen tot volle wasdom te brengen. Soms kan heel veel ‘klein’ hier groot zijn, zoals met procesintensificatie en brandstofcellen.

Het gaat alleen niet vanzelf. Slimme nieuwe combinaties van ketenpartijen zijn nodig en pilots en demo’s om alvast ervaring op te doen en het enorme economische potentieel voor Nederland zichtbaar te maken. Deze masterclass wil jullie concrete voorbeelden geven van de chemie die nodig is voor de vergaande verduurzaming. En hoe je die uitdagend aan de ‘chemici van de toekomst’ aan kan bieden.

Diederik Jaspers (CE Delft)

Remco Vasterink

Chemie en ethiek zijn onlosmakelijk met elkaar verboden. Is het sleutelen aan DNA te rechtvaardigen en ethisch verantwoord? Zijn bedrijven die pesticiden produceren goed voor de mensheid of slecht voor het milieu? Kan een chemicus zich verschuilen achter de redenatie dat hij enkel een nieuwe stof heeft gesynthetiseerd en niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor het gebruik daarvan door anderen? Deze en veel soortgelijke vragen kunnen aanleiding zijn voor een heftig debat in het maatschappelijke domein en het is daarom verstandig om hier ook tijdens de scheikundelessen op school aandacht aan te besteden. Een bekend voorbeeld is de Duitse chemicus Frits Haber. Hij heeft in 1918 de Nobelprijs voor scheikunde gekregen voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de synthese van ammoniak volgens de Haber-Bosch methode, die in de jaren 1909-1910 werd ontwikkeld en gepatenteerd. Daarnaast stond hij tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) aan het hoofd van het Kaiser Wilhelm Institute dat verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van chemische wapens voor het Duitse Keizerrijk. Was hij nou goed of fout? Aan de hand van deze en andere casussen uit de geschiedenis zal worden belicht welke keuzes chemici soms moeten maken en voor welke dilemma’s chemici in de huidige tijd kunnen komen te staan. Hoe gaan we hier in de klas mee om? Tijd om hier met elkaar over in gesprek te gaan.

Rob Gosselink en Jim Brandts

Wij gaan één van de grootste transities belichten in de geschiedenis van de chemische industrie en binnen BASF: digitalisering. Op dit moment vinden er bij BASF allerlei procesveranderingen plaats waarbij gebruik wordt gemaakt van slimme data, digitale technologie en tools. Voor alle takken van sport binnen BASF biedt digitalisering efficiencyvoordelen en mogelijkheden voor innovaties; R&D (m.b.v. big data voorspellen van molecuulstructuren, katalysatorsamenstellingen etc), logistiek (track- en tracing van grondstoffen, tussen- en eindproducten) en manufacturing (optimalisatie productieprocessen, voorspellen van productie- en onderhoudscampagnes etc). Wij zullen op een interactieve manier illustreren wat die veranderingen betekenen voor ons huidige werk, maar ook welke implicaties dit heeft voor de toekomstige chemici. In de voorbeelden die wij behandelen gebruiken we de achterliggende chemie als leidraad.

Download: Arrhenius in het zonnetje gezet! deel 1, deel 2 en deel 3

Ton van den Berg

De Arrheniusvergelijking toegepast op twee simulaties van een verdelingsevenwicht.

De formule van Arrhenius die de temperatuurafhankelijkheid beschrijft van de snelheidsconstante van een reactie is alom bekend. De exponentiële factor (-­‐EΑ/RT) bevat de temperatuur en de activeringsenergie. Als we deze toepassen op zowel de heen-­‐ als teruggaande reactie bij een evenwicht kunnen we een relatie leggen met de evenwichtsconstante daarvan.

In deze workshop gaan we met twee computersimulaties aan de slag (voor laptops wordt gezorgd maar je kunt natuurlijk ook op je eigen laptop werken). De eerste simulatie (het kriskrasmodel) geeft een helder beeld van de totstandkoming van een verdelingsevenwicht. Kriskras-­‐bewegende bolletjes zitten opgesloten in twee gescheiden ruimtes. In de scheidingswand bevinden zich twee poortjes die de bolletjes maar in één richting doorlaten. Vanuit een willekeurige startverdeling ontstaat er geheel spontaan een evenwichtstoestand. Met dit model gaan we diverse experimenten doen; de resultaten daarvan (o.a. de twee snelheidsconstanten) brengen we grafisch in beeld met een spreadsheetprogramma (Excel e.d.). Dus is het handig als je enige vaardigheid hebt met het maken van grafieken. Het kriskrasmodel vertegenwoordigt de kinetische invalshoek. Een nadeel is dat de evenwichtstoestand nogal flinke fluctuaties vertoont. Dit bezwaar is ondervangen bij het Balance computermodel.
Uit de twee snelheidsconstanten maken we -­‐met Arrhenius-­‐ één evenwichtsconstante; die stoppen we in dit model. Daaruit wordt op basis van de gekozen startwaarden de bijbehorende (theoretische) verdeling bepaald en weergegeven. Door deze beginwaarden te variëren of de waarde van de constante te veranderen kunnen zo belangrijke eigenschappen van een dynamisch evenwicht verder ontdekt en gevisualiseerd worden: de thermodynamische invalshoek.
De Arrheniusvergelijking verbindt op deze manier de twee simulaties. Of, beter gezegd, de reactiekinetiek en de thermodynamica.
Beide simulaties zijn vanwege de visualisaties zeer geschikt als ondersteuning voor zowel docenten als leerlingen bij de introductie van chemische evenwichten. De tweede simulatie is ook geschikt om leerlingen de ‘voor-­‐tijdens-­‐na’-­‐aanpak van evenwichten aan te leren.
Ton van den Berg (aba.vandenberg@gmail.com)

Samenvatting: Deze proefjesparade is ooit ontwikkeld i.s.m. de Hekserij en aangeboden door Bètapartners (voorheen its academy) als een Science lab. Sinds 2018 is alles online beschikbaar, zodat je zelf de meest relevante experimenten kunt uitkiezen die het beste passen bij de lesstof van dat moment.

Lotte van den Berg

Een roulatiepracticum waarin leerlingen ‘keukenexperimenten’ uitvoeren, en dan wel met de chemicaliën die te vinden zijn in het keukenkastje. Het is niet zomaar koken of schoonmaken, het zijn chemische experimenten. Ofwel: het gaat er om te onderzoeken wat er gebeurt als je in de keuken bezig bent. Iedereen die een beetje kan koken weet dat een hard gekookt ei langer gekookt moet worden dan een zachtgekookt ei. Als scheikundigen vragen we ons af waarom dat zo is. Wat gebeurt er met een ei als je het kookt? Gebeurt hetzelfde als je een ei invriest? Wat als je het ei niet in kokend water doet, maar in hete olie?

Bètapartners, een netwerkorganisatie van meer dan 40 VO-scholen en 4 HO-instellingen in Noord Holland & Flevoland , biedt leuke en uitdagende science labs aan leerlingen havo/vwo uit diverse leerjaren. Vandaag kunnen jullie zelf ervaren wat één van die science labs inhoudt.

Wat gaan jullie doen?
Een twintigtal experimenten vormen de basis voor het roulatiepracticum. Vandaag hebben wij een keuze gemaakt uit een aantal experimenten voor de onderbouw die jullie onder begeleiding uitvoeren. Basisbegrippen uit de scheikunde komen in de experimenten aan de orde, daarbij valt te denken aan ‘mengsels’, ‘emulsie’, ‘katalysator’etc.

Meer weten over Bètapartners?
Wij staan ook op de onderwijsmarkt waar we ons aanbod presenteren van science labs, leskisten en PWS-begeleiding voor leerlingen, en vele nascholingen voor docenten zoals cursussen, workshops, netwerkbijeenkomsten en DOTs/PLGs.
Bekijk het volledige aanbod op: https://www.itsacademy.nl/agenda/

Jaap van Eenennaam

Elke moderne auto is gemaakt van verzinkte staalplaat. In het verleden werd het chassis nog op elektrolytische wijze van een zinklaag voorzien, tegenwoordig gebruikt men het dompelverzinkproces om het basis materiaal van een zinklaag te voorzien. In dit proces wordt een stalen band door een bad met vloeibaar zink (warmer dan 420C) geleid. Naast een korte introductie van het industriële proces zal de spreker in de masterclass ingaan op de fysisch/chemische processen die daarbij plaatsvinden.

Dit betreft onder andere de invloed van de samenstelling van het zinkbad op het eindproduct aan de hand van fasediagrammen. Uit de betreffende fasediagrammen valt namelijk af te leiden hoe de eigenschappen van de uiteindelijke bekleding zijn te beïnvloeden en welke samenstelling van het bad tot deze eigenschappen leidt. Hierbij komen ook andere metallische bekledingen aan de orde.

Uiteraard stelt het gebruik van de verzinkte staalplaat ook hoge eisen aan de kwaliteit van het oppervlak. Zo mogen er geen deeltjes uit het bad op het metaal achterblijven. Waardoor ontstaan deze vaste deeltjes en wat is er mogelijk om dit te minimaliseren? Ook deze aspecten zullen in de masterclass worden aangegeven.

Anne Vrolijk

Tijdens de workshopmaak je kennis met Learnbeat, dé digitale leeromgeving voor gepersonaliseerd leren en lesgeven. Met de methodes Chemie in Onderzoek, Einstein en Impact bepaal je in Learnbeat zelf hoe je lessen worden vormgegeven. Bepaal de leerroute van je leerlingen door te arrangeren en combineren met één of meerdere van de bovenstaande methodes en eigen lesmateriaal. Volg je leerlingen met behulp van overzichtelijke dashboards  en zie direct waar ze nog extra hulp kunnen gebruiken. Toets de leerlingen digitaal in Learnbeat en maak interactieve presentaties! Na de workshop kun je meteen aan de slag met jouw eigen klassen.

Download (PPT): Hoe organiseer je een bedrijfsbezoek voor HAVO/VWO leerlingen in de praktijk? Do’s en Don’ts

 

Miranda Overbeek, August Roelofsen, Eric Snelders, Kees-Jan van Heusden

Bij Bètapartners werken diverse scholen en bedrijven met elkaar samen in de zogenoemde collegetours. Elke school zoekt contact met één of meerdere bedrijven in de omgeving, en stelt met het bedrijf een interessant programma samen voor leerlingen van de deelnemende scholen. De collegetours bestaan uit een college of presentatie en een actief deel bij een bedrijf, zoals een rondleiding of een vakinhoudelijke opdracht. Zo verdiepen zowel leerlingen als docenten hun kennis, en komen in aanraking met inspirerende mensen uit het bedrijfsleven, met als doel een concrete oriëntatie op vervolgstudie en loopbaan.

Eén van deze collegetours (Gooi- en Vechtstreek) wordt georganiseerd door scheikundedocenten August Roelofsen (Comenius College), Kees-Jan van Heusden (RSG Broklede) en Eric Snelders (Gemeentelijk Gymnasium Hilversum). Zij organiseren samen zeven collegetours naar onder andere BASF, Kraton Polymers Research en International Flavours & Fragrances (IFF). In deze workshop vertellen zij over hun ervaringen en geven tips voor als je zelf ook zou willen samenwerken met bedrijven. We besteden speciale aandacht aan hoe je bedrijven benadert.

Naast de Gooi- en Vechtstreek collegetour, draaien er sinds 2015 ook nog vier andere collegetours bij Bètapartners. De ervaringen die alle docenten hebben opgedaan worden gebundeld in een praktisch collegetourhandboek voor en door docenten, waarin alle do’s en don’ts te vinden zijn. Miranda Overbeek, projectleider van de collegetours, zal in deze workshop de belangrijkste bevindingen presenteren.

Tot slot gaan we concreet aan de slag met het maken van een plan van aanpak hoe je een bedrijf in jouw omgeving zou kunnen benaderen, en wat voor opdracht voor leerlingen je bij dit bedrijf zou kunnen bedenken (neem hiervoor een smartphone, tablet of laptop mee!). En natuurlijk is er tegelijkertijd volop de gelegenheid voor het stellen van vragen.

Website: ItsAcademie/Vechtstreek
Mail voor meer informatie: M.Overbeek@vu.nl

Joy Kerklaan

Stel je eens voor… Buitengewoon gemotiveerde leerlingen, die met hun sector- of profielwerkstuk in duurzaamheidsvraagstukken duiken. Waarbij ze onderzoeken wat hún toekomstige rol hierin kan zijn. Een project dat leerlingen laat kennismaken met de beroepspraktijk, met onderzoek en ze laat reflecteren op mogelijkheden om hierin verder te leren. Dat is Imagination at Work! Een nieuw project van c3, waarin jongeren samen met experts uit het bedrijfsleven en wetenschap nadenken over en aan de slag gaan met vraagstukken rond bijvoorbeeld voedsel, klimaat, water of grondstoffen. Tijdens deze masterclass hoor je alle ins-en outs over het project en gaan we aan de slag met de actuele vraagstukken van dit jaar.

Guido Linssen en Niek Bijkerk

Agrobotica is een vorm van smart farming. Tijdens de werkgroep wordt ingegaan op de mogelijkheden en de uitdagingen van moderne technologie in de agrarische sector. Er worden 2 basistechnologieen besproken: inzet van een raaprobot in de kippenren en het gebruik van drones voor het monitoren van gewassen en bodem. Bij het eerste onderwerp gaat het vooral om de technische aspecten van smart farming. Hierbij speelt de arduino een belangrijke rol. Bij het tweede onderdeel gaat het om analysetechnieken zoals bijvoorbeeld spectroscopie.

Anne-Lotte Masson en Amber van Halteren

Er zijn talloze mooie beroepen binnen de chemie. Een Natuurprofiel met scheikunde geeft leerlingen toegang tot een brede waaier aan opleidingen die het startpunt kunnen vormen voor uiteenlopende carrières. Om leerlingen de rijkheid van dit vakgebied te laten zien, ontwikkelt c3 steeds nieuwe materialen die actuele beelden schetsen van opleidingen en beroepen. In deze masterclass presenteren we de twee nieuwste producten op dit gebied: interactieve video en het vernieuwde platform exactwatjezoekt.nl.

Interactieve video
“Hoe ziet een werkdag eruit?” “Hoe verbeter jij de wereld?” “Wat verdien je?” Drie voorbeelden van vragen die leerlingen graag stellen aan een professional om een beeld van zijn beroep te krijgen. Maar niet elke leerling wil dezelfde vragen stellen. Daarom biedt c3 interactieve beroepenfilms. De leerling bepaalt zelf wat hij of zij vraagt en aan wie. Tijdens deze masterclass presenteren we de films en geven we tips om de film in de les in te zetten.
Platform exactwatjezoekt.nl
Goede cijfers halen, over gaan naar het volgende jaar, een profiel kiezen, profielwerkstuk, studiekeuze, examenstress; stuk voor stuk herkenbare onderwerpen voor alle leerlingen. Het vernieuwde platform exactwatjezoekt (gelanceerd in oktober 2018) biedt leerlingen ondersteuning bij deze onderwerpen. Tijdens de masterclass maak je kennis met dit nieuwe platform en laten we zien hoe het platform jouw leerlingen kan helpen!

Linda van den Berg

Biologische en chemische wapens: feit of fictie?
/Onderwijs en bewustwording om misbruik van gevaarlijke stoffen te voorkomen/

Scheikunde en biologie: het zijn zeer waardevolle vakgebieden die bijdragen aan de kwaliteit van ons leven. Ontwikkelingen in deze vakgebieden dragen bij aan onze maatschappij, denk aan toepassingen als medicijnontwikkeling, brandstofontwikkeling, waterzuivering en ga zo verder. Maar de keerzijde is dat chemische en biologische stoffen ook gevaarlijk kunnen zijn, en deze stoffen zijn in het verleden dikwijls ingezet als wapens.

Bewustwording, opleiding en training van scholieren en studenten van de veiligheidsrisico’s en de mogelijke keerzijde van de chemie en biochemie is erg belangrijk. Deze masterclass is bedoeld om docenten zelf bewuster te maken van de keerzijde van chemie en biochemie. Tijdens de lezing worden chemische en biologische wapens in een historisch perspectief geplaatst, en wordt uiteengezet welke maatregelen genomen kunnen worden om misbruik van gevaarlijke stoffen te voorkomen. Wat als er toch (verdenking) van een aanval is in Nederland? De deelnemers krijgen ook een inkijkje in hoe de crisisresponsorganisatie in Nederland en binnen het RIVM geregeld is. De deelnemers krijgen voorbeelden, filmpjes en handvatten aangereikt om deze onderwerpen op eigen wijze in het onderwijs te verwerken.

Linda van den Berg werkt bij Bureau Biosecurity van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Bureau Biosecurity is opgericht om bewustwording te vergroten in Nederland, om misbruik van gevaarlijke biologische stoffen, kennis en technologieën te minimaliseren. Daarvoor organiseert het Bureau workshops, lezingen en colleges. Het onderwerp biosecurity heeft duidelijke raakvlakken met chemische security en biochemie.

Meer informatie? www.bureaubiosecurity.nl, www.biosecuritytoolkit.com, of biosecurity@rivm.nl

Gerald van Dijk

Vrijwel iedere docent in de natuurwetenschappelijke vakken laat leerlingen af en toe een practicumverslag schrijven. Maar wat kunnen leerlingen daar eigenlijk van leren? En hoe kan een docent leerlingen daarbij instrueren en begeleiden, zodanig dat zij in hun verslagen de vaktaal op een steeds hoger niveau gaan gebruiken? In deze masterclass worden deze vragen beantwoord vanuit onderzoek aan de lerarenopleiding en in het voortgezet onderwijs. U krijgt inzicht in de achterliggende ideeën, die afkomstig zijn uit de didactiek van de natuurwetenschappen en de taalwetenschappen. Daarnaast krijgt u concrete handvatten en instrumenten om uw instructie en begeleiding rond het schrijven van verslagen vorm te geven. Gerald van Dijk is in mei 2018 op dit onderwerp gepromoveerd.

Shirley Wouters en Eefje Vercoulen

OSOS staat voor ‘Open Schools for Open Societies’ en heeft als doel het prikkelen van de nieuwsgierigheid van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Binnen OSOS helpt NEMO met het opzetten van een netwerk van samenwerkende pioniersscholen in Nederland, die samen met ouders, bedrijven en andere organisaties als doel hebben om de buitenwereld meer in de klas te brengen.
Hierdoor krijg je als docent de mogelijkheid de omgeving meer bij het curriculum te betrekken en betekenisvol onderwijs verder te ontwikkelen.
Tijdens deze masterclass maak je kennis met het ‘open school’-principe, onderzoek je hoe open jouw school en jouw klas is en bedenk je zelf wat open onderwijs voor jouw lessen kan betekenen.
Alvast meer weten over open scholen? Kijk op https://www.openschools.eu/

Mike Renne

Het metabolisme van (fosfo)lipiden is in detail bestudeerd, woordoor alle enzymatische stappen voor de biosynthese en degradatie van lipiden bekend zijn. De moleculaire mechanismen van lipid transport, inclusief de selectiviteit daarvan, is echter nog grotendeels onbekend. Chemisch biologische studies hebben eiqit complexen geidentificeerd die contacten tussen organellen (bijvoorbeeld tussen ER en mitochondrien) stabiliseren. Deze “tether” eiwitten zijn geimpliceerd in het faciliteren van lipid transport op deze “organelle contact sites”, maar de resultaten in de literatuur spreken elkaar tegen.
Op basis van stabiel-isotoop labeling en massa spectrometrie analyse, in combinatie met biochemische enzym assays, beschrijven wij het moleculair species selectief transport van lipiden tussen het ER en mitochondrien, waarbij er een voorkeur is voor de minder hydrofobe lipid species (i.e. species met 2 dubbele bindingen). Deze selectiviteit en de snelle conversie van geimporteerde lipiden in de mitochondrien creeren een metabole “sink” voor onverzadigde lipiden, welke verloren raakt bij het verlies van metabole eiwitten of de “tether” eiwitten die de contacten faciliteren. Samengenomen impliceren deze data de rol van deze “tether” eiwitten en “organelle contact sites” in lipid transport in vivo.

Eelco Vogt

Onze maatschappij is in transitie naar een koolstof-neutrale economie. Deze transitie zal een aantal decennia gaan duren. Wat hebben we daarbij nodig, wat zijn de grondstoffen waaruit we op termijn gaan putten, en wat is de stand van de techniek? Deze vragen gaan we beantwoorden vanuit de optiek van de katalysatoren die helpen om de nieuwe brandstoffen te gaan maken. Die katalysatoren maken het mogelijk om op een zo efficient mogelijke manier om te gaan met onze schaarse grondstoffen, zo min mogelijk afval te maken, en energie zo slim mogelijk te gebruiken. Nieuwe analyse technieken hebben ons de laatste jaren  veel geleerd over de werking van katalysatoren op moleculaire schaal, waarbij tot op zeer hoge resolutie kunnen “zien” wat er precies gebeurt.

Commerciële werkgroepen

Door Sander Habets

In de jaren 40 van de vorige eeuw werd de eerste versie van de moderne spectrofotometer ontwikkeld door Arnold O. Beckman, een Amerikaanse chemicus, hoogleraar en ontwikkelaar. Sindsdien zijn spectrofotometers steeds beter en nauwkeuriger geworden, maar tegelijkertijd is het door de voortschrijdende techniek ook mogelijk om in de klas met spectrofotometrie te werken.
Hoewel spectrofotometrie inmiddels nog enkel in de SE-stof van het scheikundecurriculum te vinden is, wordt het op heel veel scholen nog steeds actief ingezet. Door de relatief lage prijs en eenvoudige inzetbaarheid is het een uitermate geschikte analysetechniek om leerlingen mee te laten werken, zodat zij hun onderzoeksvaardigheden en praktische vaardigheden kunnen verbeteren. Daarnaast is spectrofotometrie tegenwoordig behoorlijk aanwezig in het natuurkundecurriculum (met name bij quantummechanica), waardoor u ook vakoverstijgend met uw natuurkundecollega’s aan de slag kunt.
Tijdens deze workshop gaat u aan de slag met de verschillende mogelijkheden die CMA en Coach te bieden hebben voor spectrofotometrie in de klas. U ziet voorbeeldexperimenten met de troebelheidssensor, de colorimeter en een handzame spectrofotometer (een nieuwe aanwinst in het assortiment van CMA). Ook is er aandacht voor de ontwikkelingen rond draadloos meten en meten met de tablet die voor Coach gepland staan.

Het gebruikte lesmateriaal is voor iedere deelnemer toegankelijk voor later gebruik in de les.

Door Theo Gerritsen en Anne Topma

Tijdens deze werkgroep voeren we op basis van open vraagstelling het experiment van Lambert Beer uit. Als school heb je vaak de beschikking over slechts 1 spectrofotometer. Hoe wil je toch alle leerlingen in de les individueel actief betrekken bij het uitvoeren van het experiment. We voeren de metingen uit met een Vernier Go-Direct spectrofotometer en de meetsoftware Logger Pro. De deelnemers hebben de gratis App Graphical Analysis van Vernier geïnstalleerd op hun tablet, laptop of smartphone en krijgen tijdens de meting Live hun persoonlijke set meetgegevens binnen. Door gebruik te maken van de “teken een voorspelling” functie en open vragen, maken de deelnemers een hypothese-grafiek welke ze vergelijken met de daarna live ontvangen meetgegevens. Doordat iedereen eigenaar is van zijn of haar eigen set individuele meetgegevens op zijn of haar eigen apparaat, kan elke deelnemer (leerling) direct aan de slag met analyse en gegevensverwerking. Download alvast de gratis app via: Graphical analysis

door Mariëlle Douma en Lotte Oostebrink

Vanaf schooljaar 2018-2019 is de 5e editie van Chemie Overal geïntroduceerd voor de vierde klas. Voor schooljaar 2019-2020 komen daar de delen voor leerjaar 5 bij.  Deze herziening bouwt voort op de herziene editie voor leerjaar 3, die sinds schooljaar 2017-2018 al door veel scholen wordt gebruikt.
De 5e editie bevat leerroutes, zowel in het boek als in het digitale lesmateriaal. Deze leerroutes maken gepersonaliseerd leren mogelijk en stellen daardoor leerlingen in staat om op hun eigen niveau te werken. Vakinhoudelijk is de methode conceptueel en gestructureerd opgebouwd. Het vak wordt echt, actueel en herkenbaar door theorie-ondersteunende contexten, die aansluiten bij de leefwereld van de leerling. De methode is deductief: van algemene concepten werkt het boek toe naar specifieke oefening, practica en contexten. Uitleg en oefening staan voorop bij Chemie Overal.
Met de 5e editie van Chemie Overal helpen wij u om op een eenvoudige manier elke leerling maatwerk te bieden en zo het beste uit uw leerlingen te halen. Tijdens deze bijeenkomst kunt u kennismaken met de 5e editie. We presenteren alle nieuwe en vertrouwde elementen van de methode, zowel in de boeken als het digitale lesmateriaal, aan de hand van de materialen voor het 5e leerjaar. Het leerboek voor 5 vwo en beide delen voor leerjaar 4 zijn beschikbaar voor alle deelnemers.

Meer informatie over de methode Chemie Overal vindt op: Chemie Overal

Koen Stulens en Ludovic Wallaart

Hoe prikkel je de nieuwsgierigheid van de leerlingen en verlaag je de drempel om nieuwe scheikundige concepten te leren begrijpen?

In deze workshop demonstreren we hoe je, met behulp van educatieve TI-Technologie, experimenten kunt uitvoeren en de verkregen data kunt analyseren.
Tijdens deze workshop gaan de deelnemers zelf een experiment uitvoeren op het gebied van Endotherme en Exotherme reacties en de uitkomsten analyseren aan de hand van enkele onderzoeksvragen.

We bekijken hoe we de eerste stappen kunnen zetten naar ‘het curriculum van morgen’ en welke plaats scheikunde inneemt binnen het STEM-onderwijs.

C5_Leren Oplossen (Zoet Zout Zuur)

Jouk Wilts

Wat gebeurt er wanneer een stof oplost in water? Deze vraag is door de jaren heen steeds specifieker beantwoord. Ook voor leerlingen is dit een vraag die ze steeds beter leren beantwoorden. Cruciaal is daarbij het leren denken over en in deeltjes. Leren denken in deeltjes is de sleutel tot het oplossen van andere (scheikundige) vragen. Het stimuleren van het diepere denken is daarom iets waar je als docent bij wil zijn.

Zoet Zout Zuur is een methode waarbij instructievideo’s er voor zorgen dat je meer tijd hebt in de les om zicht te krijgen op het leren van leerlingen. De opgaven en practica zijn bewust gericht op het leren denken in deeltjes. We gaan in de werkgroep de lespraktijk en de methode proeven. Er is alle ruimte voor vragen of suggesties. Alvast proeven? www.zoetzoutzuur.nl of vraag naar meer informatie via joukwilts@zoetzoutzuur.nl

Guido Kamp en Henk van der Veen

De nieuwe 7e editie van Chemie Tweede Fase is dé methode waar gedifferentieerd oefenen met uitleg en passende feedback voorop staan. Dankzij uitgekiende differentiatie in boek én online wordt op elk niveau de juiste leerstof voor elke leerling aangeboden. Hiermee zorgt u ervoor dat iedere leerling met vertrouwen het beste uit zichzelf kan halen.

De didactiek blijft herkenbaar Chemie. Het experiment is immers een essentieel onderdeel van het leerproces. Een groot aantal experimenten uit het boek wordt verfilmd aangeboden op het digitale platform.
Vanuit de theorie en aansprekende contexten worden aan de hand van actuele toepassingen de relevante scheikundige onderwerpen behandeld.

In deze bijeenkomst maakt u kennis met het lesmateriaal van de nieuwe Chemie 7e editie dat in 2019 verschijnt (boek en online).

Eugène Wijnhoven en Aonne Kerkstra

Nova is niet zomaar een lesmethode. In de methode wordt namelijk expliciet aandacht besteed aan inzet van de nieuwste chemische technologie in de maatschappij. Wat te denken van ziekenhuizen die geen afvalwaterheffing meer betalen? Of het belang van upcycling versies recycling? Welke rol speelt chemie bij restauratie van eeuwenoude schilderijen? Kun je vanuit jouw klaslokaal een bedrijfsbezoek afleggen bij de chemische industrie? Ongetwijfeld ontwikkelingen waar over enkele decennia met bewondering op wordt teruggekeken.
Daarnaast biedt Nova natuurlijk een stevige basis ter voorbereiding op het examen. Onder meer met behulp van voorkennisinventarisatie bij ieder thema en specifieke feedback bij de opgaven. Via het docentendashboard heb je een instrument in handen om in een oogopslag de vorderingen van je leerlingen te monitoren en waar nodig op ieder gewenst moment bij te sturen. Kom naar deze workshop en maak kennis met de nieuwste Nova en ontdek hoe Nova historie schrijft. Bezoek ook onze stand, waar je beoordelingsexemplaren kunt aanvragen voor leerjaar 4, 5 èn 6.
Malmberg – scheikunde

eugene.wijnhoven@malmberg.nl

Lange werkgroepen

Download (PPT): Het vak scheikunde en het (technologisch) bedrijfsleven?

Jacques de Goede

Hoe krijgt het vak scheikunde vorm in de context van het bedrijfsleven? De afgelopen jaren hebben de tweedegraadsopleidingen scheikunde in NL hier veel aandacht voor, om zo de studenten beter in staat te stellen hun eigen leerlingen te laten oriënteren op een loopbaan in het (technologisch) bedrijfsleven en op die manier het keuzeproces van de leerling beter te kunnen begeleiden. In het eerstegraadsgebied lijkt hier veel minder aandacht voor te zijn. Op dit gebied is winst te behalen.

In deze workshop wordt ingegaan op het belang van het leggen van de relatie met het bedrijfsleven en op welke manieren je dit direct zou kunnen vormgeven.

Shirley Wouters en Lisanne Bronzwaer

Het doel van het STEMitUP project is het versterken van STEM-onderwijs (science, technology, engineering, mathematics). Dit gebeurt door het bètaonderwijs op het voortgezet onderwijs meer te koppelen aan ondernemerschap en de praktijk van het bedrijfsleven. Hiervoor zullen trainingen gegeven worden aan docenten en wordt er lesmateriaal ontwikkeld voor in de klas.
STEMitUP biedt bètadocenten innovatieve en leuke educatieve tools en voegt een ondernemende laag toe aan STEM-onderwijs. Dit helpt jongeren wetenschap en technologie te gebruiken om problemen uit de echte wereld op te lossen, creatief te denken en bij te dragen aan hun omgeving. STEMitUP-activiteiten zullen de nadruk leggen op innovatie en het tegemoetkomen aan de toekomstige behoeften van de maatschappij, terwijl tegelijkertijd de ondernemersmindset van jongens en meisjes worden gestimuleerd, zodat zij STEM-ondernemerschap als een serieuze optie overwegen binnen hun carrière-keuze.

Tijdens deze werksessie ga je aan de slag met praktische activiteiten voor in de klas en geven we docenten handvaten om het bètaonderwijs te koppelen aan de ontwikkeling van ondernemende vaardigheden bij leerlingen en de koppeling naar de beroepspraktijk. Na deze werksessie wordt de training verder ontwikkeld. Daarom vragen wij docenten ook om hun ideeën over de verdere vormgeving van deze training voor docenten.

W3– De (ver)nieuw(d)e scheikunde examens (vervolg); resultaten, analyse, verwachtingen en voorbereidingen

Emiel de Kleijn en Coen Klein Douwel

Weer een hoge N-term voor het vwo-examen. Naast de lengte wordt ook de moeilijkheidsgraad als oorzaak benoemd van tegenvallende resultaten. Een groep docenten merkt een toegenomen spreiding op in de resultaten en wijt dit aan een toegenomen gewicht van productie en redeneervragen. Het correctiemodel is na versnelde correctie aangepast en zou dus minder problemen moeten opleveren dan voorgaande jaren.
In deze werkgroep analyseren we een deel van het eerste tijdvak vwo-examen 2018, het bijbehorende correctiemodel en de (examen)resultaten. In deze werkgroep gaat het er vooral om wat we van dit examen kunnen leren voor de toekomst. De volgende vragen zullen aan bod komen: Wat was er nieuw/anders bij dit examen? Hoe hebben de leerlingen gescoord op deze onderdelen?
De vraag hoe je je leerlingen (beter) kan voorbereiden op de nieuwe examens wordt behandeld aan de hand van lesmateriaal van het Christelijk Lyceum Veenendaal. Enkele opdrachten over Groene chemie, kunststoffen en een biochemische context worden daarbij gepresenteerd en geanalyseerd.

Tip: breng de examenresultaten van je eigen vwo leerlingen van schooljaar ’17-’18 mee zodat je die tijdens deze werkgroep kunt vergelijken en bespreken met collega’s.

Emiel de Kleijn E: e.dekleijn@slo.nl
Coen Klein Douwel E: coenkd@gmail.com

Filip Poncelet

Chemieleerkracht.be is een portaalsite opgebouwd samen met studenten chemie lerarenopleiding secundair onderwijs UCLL Limburg. Chemieleerkracht.be wil jongeren boeien voor chemie, ze uitdagen, chemie doen begrijpen, chemie laten herkennen rondom zich, de positieve bijdragen van chemie aan de maatschappij meegeven. De site wil voor de leerkracht een verzamelplaats zijn van inspirerende materialen, creatieve ideeën, linken naar interessante filmfragmenten, animaties, bronnen…, leuke contexten, ….. De site wil ook een plek van uitwisseling zijn.

Op de website wordt eenzelfde leerinhoud chemie (voor 12 tot 18-jarigen) via verschillende werkvormen aangeboden en de leerkracht, leerling kan met één of via een combinatie aan werkvormen de leerinhoud verwerken. De didactische materialen kunnen op de site geraadpleegd worden via de chemische begrippen, via een zoekfunctie of via voorgestelde tags.

Na een korte voorstelling van de site kunnen deelnemers voor een 3 tot 5 begrippen het aanbod zelfstandige verwerking onder begeleiding zelf onderzoeken.

  • Bijzondere aandacht hierbij wordt gevestigd op het aanbod:
    experimenten (in onderzoekende vorm uitgewerkt , mogelijke inbreng van Ipad-apps, rapporteringsvormen, ICT-integratie)
  • inoefenen via uitgewerkte bookwidgettesten (bookwidgettest)
  • simulaties met voorziene werkblaadjes
  • beschikbare aanbod Virtual Reality, Ipad-apps, https://www.bookwidgets.com/gratis (chemie)-software
  • zelfgemaakte gezelschapspellen als synthese-tools
  • cartoons, gegevens over PSE, geleerden, belangrijke chemische stoffen… in te zetten als illustratie, achtergrondinfo bij de begrippen

Tot slot kunnen de deelnemers zelf op zoek gaan op de site, is er tijd voor vragen, suggesties.

Download (PPT): Chemie van alle tijden & onderwijs van 2018

Hans Vogelzang en Remko Schoot Uiterkamp

Inhoudelijk veranderen de chemische begrippen die op de middelbare school aan de orde komen niet meer. Een reductor blijft een deeltje dat elektronen kan afgeven en een waterstofatoom geeft maximaal één elektron af.

Hoe we onderwijs geven verandert wel. De aandacht verschuift van onderwijzen door de docent naar leren door de leerlingen. In de werkgroep delen we ervaringen uit onze eigen lessen. We laten zien hoe we games, formatieve toetsen en de scrum methodologie hebben ingezet. We gaan in op het waarom? Wat ging er goed, en waar zijn we nog niet tevreden over. We gaan in op reacties van leerlingen: werkte de gekozen aanpak als katalysator voor hun leerproces? Wat is de opbrengst? Wanneer werkte de aanpak als inhibitor? Kunnen we grip krijgen op de onderliggende mechanismen?

In de tweede helft van de werkgroep brengen we de theorie in praktijk. We vormen kleine groepjes met behulp van de scrum methodologie. Elke groep ontvangt de spelregels van een zuurbase-game. Elke groep creëert vervolgens zo snel mogelijk een Roemeense vlag! De game krijg je na afloop mee, en is geschikt als formatieve toets in bijvoorbeeld 5 Vwo.

Suzanne van der Waal en Sabina Onderwater

In april 2018 heeft het Rijksmuseum een zevental lesbrieven gelanceerd, die van de 3e tot en met de 6e klas kunnen worden ingezet. Van de polymerisatie reacties in de Nachtwacht van Rembrandt tot de infraroodspectra van de Twee evangelisten van Gherardo Starnina. Iedere lesbrief geeft de achtergrond van een schilderij, een toelichting op de chemische onderwerpen (aan de hand van termen uit de syllabus), bijpassende practica en voorbeeldvragen.
In deze werkgroep ga je zelf aan de slag met een aantal eenvoudige proefjes uit de lesbrieven. Bijvoorbeeld het maken van een ei-tempera en het onderscheiden van verschillende witpigmenten. Daarnaast krijg je ook een handreiking hoe je de lesbrieven zonder al te veel moeite en tijdverlies inzet in de les.

Talitha Visser en Leontine de Graaf

Tijdens deze informatieve en interactieve workshop krijgt u meerdere kansen om het belang van taal in de bètavakken te ervaren. Ook maakt u kennis met drie lessen in een reeks waarin leerlingen gericht werken aan vaardigheden om goed te formuleren bij het beantwoorden van toetsvragen.

In de eerste les leren de leerlingen vragen te analyseren, bijvoorbeeld door doewoorden (zoals: beredeneer, leg uit, beschrijf) en sleutelwoorden (i.e. vakbegrippen) te identificeren. In de tweede les gaat u een spel doen waarbij normaal leerlingen in groepjes tegen elkaar strijden om de betekenis van sleutelwoorden uit te leggen en daardoor zoveel mogelijk snoepjes te behalen. In de derde les gaat u ervaren hoe leerlingen oefenen met redeneren en met het formuleren van antwoorden op toetsvragen. Tijdens deze laatste les word goformative.com gebruikt. Meenemen van een eigen device is handig.

Loïs van Kampen en Jenny Hoefnagels

In deze werkgroep staat het ‘micro macro denken’ centraal. In het voortgezet onderwijs komt deze vaardigheid namelijk steeds meer terug in het examenprogramma. We presenteren ons vakdidactisch product wat is verschenen in de NVOX waarbij we onze ideeën met jullie willen delen. Daarnaast is er ruimte om van- en met elkaar ideeën uit te wisselen in de vorm van een workshop. Graag laten we zien dat het niet gelijk een groot practicum hoeft te zijn, maar dat met een kleine lesactiviteit deze vaardigheid al geoefend kan worden.

W9-Een kookboekpracticum effectiever gemaakt

Nathalie Morgan en Lilian van der Avert

Niet alle practica blijken zo effectief te zijn als vaak gedacht wordt. Maar wat maakt een practicum effectief?
We hebben aan een kookboekpracticum over het oplossen van zouten elementen van een onderzoekspracticum toegevoegd en dit practicum in de klas uitgeprobeerd en de effectiviteit onderzocht. We willen de opzet van het onderzoek en de resultaten hiervan graag met jullie delen.
Vervolgens willen we een aantal onderdelen van ons practicum verder uitdiepen. Naar aanleiding van onderzoek dat wij in een later stadium verricht hebben, willen we jullie handvatten geven zodat het leerrendement nog verder verhoogd kan worden.
Tijdens deze workshop gaan de deelnemers aan de slag met onderdelen van het practicum en is er ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen en de inhoud aan te passen naar jullie eigen onderwijssituatie.

Fer Coenders en Henny Leemkuil

Een van de doelen van praktische opdrachten is leerlingen te leren onderzoeken. Een veilige manier hiervoor waarbij geen practicumlokaal nodig is wordt geboden via www.golabz.eu. Op deze website staan veel labs die een docent zelf kan inbouwen in een onderzoeksomgeving, een inquiry learning space (ILS)  genoemd. In een ILS kunnen verschillende fasen die in een onderzoek aan de orde zijn worden ingebouwd, te weten een:
– oriëntatiefase, waarin leerlingen zich inleven in het probleem,
– conceptualisatiefase waarin leerlingen een onderzoeksvraag formuleren en eventueel een hypothese formuleren,
– onderzoeksfase waarin leerlingen hun onderzoek uitvoeren met een digitaal experiment, bv een simulatie,
– conclusiefase, waarin de onderzoeksvraag beantwoord wordt (en de hypothese terugkomt),
– discussiefase waarin leerlingen kunnen terugkijken op zowel het experiment, het resultaat als op het proces.
Om een ILS te ontwerpen gebruik je zogenaamde apps, hulpmiddelen met een specifiek doel. Zo is er een app waarmee leerlingen een hypothese kunnen formuleren, een concept map kunnen maken, een toets kunnen maken, een reactievergelijking opstellen enz. Er zijn momenteel zo’n dertig apps die in een ILS ingebouwd kunnen worden.
Als docent kun je vrij eenvoudig zelf een ILS maken. Je begint met een lab te selecteren en vervolgens bouw je daar een schil omheen in de vorm van een ILS. Die kunnen je leerlingen vervolgens gebruiken. Op de golabz website is veel ondersteuning te vinden.
Voordeel van deze digitale labs is dat leerlingen altijd terecht kunnen, ook thuis, er geen materialen nodig zijn en dus ook niets hoeft te worden klaar gezet of opgeruimd.
In deze werkgroep ga je eerst zelf een omgeving verkennen, en daarna beginnen met zelf een ILS te maken.
fer.coenders@utwente.nl

Martha Hoebens en Marijn Meijer

En daar sta je dan als scheikundedocent, een bedrijfsvraagstuk stoppen in een open opdracht voor leerlingen voor een projectweek, een profielwerkstuk of om de jaarlijks terugkerende schoolexcursie naar chemisch bedrijf om te hoek meer betekenis te geven … voor de één een vloek voor de ander een zucht.

Toch kan het eenvoudig zijn om bedrijfsvraagstukken om te zetten in open opdrachten.
In deze werkgroep gaan we aan de slag met voorbeelden uit de praktijk om het onmogelijke te realiseren: prachtige open opdrachten op basis van chemische bedrijfsvraagstukken waar leerlingen vaardiger worden met het toepassen van de schoolscheikunde in een nieuwe context en lastige concepten eigen maken.

De deelnemer krijgt drie handreikingen mee: de jip-en-janneke benadering, het brede-oriëntatie-idee en het luciferdoosje-model. Ook krijg je een aantal open bedrijfsvraagstukken mee waar je in de klas mee kan starten.

Deze werkgroep betekent actief aan de slag, laagdrempelig open opdrachten ontwerpen en nadenken over je eigen rol met het ontwikkelen van leerlingen als einddoel.

Matthijs Begheyn en Renate Boxem

GLOBE is een wereldwijd netwerk van scholen, universiteiten en onderzoeksinstituten dat docenten en leerlingen uitdaagt om middels citizen science te helpen het milieu in de schoolomgeving te onderzoeken. Over de hele wereld zijn 32.000 scholen in meer dan 100 landen al actief. GLOBE Nederland heeft een aantal onderzoeksprojecten ontwikkeld in samenwerking met o.a. Wageningen Universiteit, de Universiteit van Utrecht en het KNMI.

Zo kunnen leerlingen o.a. de waterkwaliteit in hun omgeving onderzoeken waarbij ze gebruik maken van een onderzoekcyclus. Leerlingen meten chemische parameters zoals pH en nitraat en voeren deze in op de wereldwijde website zodat ze zichtbaar zijn voor alle scholen. GLOBE kan binnen de scheikunde les ingepast worden en eventueel worden verbreed door het in te zetten bij andere vakken en voor tweetalig onderwijs en internationalisering. Als voorbeeld: deze zomer presenteerden de Nederlandse winnaars van de GLOBE Science Fair hun wateronderzoek op de internationale GLOBE Learning Expedition in Ierland. Meer info: Globe Nederland

Wat ga je doen?
In deze werkgroep leer je te werken met de GLOBE onderzoekscyclus een stapsgewijze aanpak voor het doen van onderzoek die bij scheikunde, maar ook breder in de school, gebruikt kan worden.
Je leert ook de website kennen waarmee je de miljoenen metingen die leerlingen al verzameld hebben kunt visualiseren.

Wie geeft de workshop?
* Renate Boxem, ervaren scheikunde docent die op haar school een bètabrede onderzoeksleerlijn met GLOBE heeft opgezet;
* Matthijs Begheyn, coördinator van GLOBE in Nederland en voorzitter GLOBE Europa.

Susanne Dirks-Trommelen en Arne Mast

Heb je vorig jaar meegedaan de Egg Race? Je weet wel die met de gelatine en de enzymen. We hadden een volle bak enthousiaste deelnemers op die vrijdagavond. Na de conferentie ontvingen we reacties van collega’s die de Egg Race in hun klas hadden uitgevoerd. En wij vonden het hartstikke leuk om te doen.

Dus we besloten tot een nieuwe versie, die van 2018. Oh, je doet weer mee? Leuk! Het wordt natuurlijk een heel andere race, met een heel andere proef.
Ook als je nog niet eerder een de Woudschoten Chemie Egg Race meedeed, wees welkom! Een Egg Race is een wedstrijd tussen de werkgroepdeelnemers waarin je (samenwerkend) een chemische opdracht uitvoert. Het groepje dat dat het beste doet is de winnaar. En je begrijpt al, je kunt een Egg Race prima in je lessen doen!

Je hebt heel wat redenen om mee te doen aan onze werkgroep. We noemen er drie. 1) Je leert iets over het Egg Race concept. 2) Je voert een Egg Race uit en neemt hem natuurlijk mee naar school. 3) Je kunt een prijs winnen (het gaat natuurlijk om het spel, maar … er zijn knikkers)

We hopen je (docenten en zeker ook TOA’s (!) te zien bij de Great Woudschoten Chemie Egg Race 2018

Susanne en Arne

Fer Coenders en Marijn Meijer

Vanuit de regionale vaknetwerken scheikunde zijn ontwikkelteams bezig om SE opgaven te construeren voor die domeinen die niet in het CE getoetst worden. De opdracht aan deze ontwikkelteams is om kwalitatief goede context-rijke opgaven te ontwikkelen die voorzien zijn van de gebruikelijke parameters: toetsmatrijs, antwoordmodel met puntenverdeling, RTTI (OBIT). Kwaliteitscontrole wordt gerealiseerd door onderlinge uitwisseling. Goedgekeurde opgaven worden in een databank opgenomen en beschikbaar gesteld aan de docentengemeenschap.

In deze werkgroep zal het doel van de ontwikkelteams kort worden toegelicht en daarna gaan de deelnemers aan de slag met het zelf beoordelen van enkele opgaven die al ontwikkeld zijn. Aan de hand van recente ontwikkelingen worden de deelnemers uitgedaagd om nieuwe ideeën en wensen aan te reiken.

Paulien van Bentum

Net als veel andere thema’s binnen scheikunde blijft katalyse voor leerlingen vaak een ongrijpbaar begrip tot ze er zelf mee aan de slag gaan. Het Departement Scheikunde van de Universiteit Utrecht heeft daarom samen met onderzoekscentrum MCEC (Netherlands Center for Multiscale Catalytic Energy Conversion) een rondreizend practicum ontwikkeld voor 5/6 VWO waarbij leerlingen zelf het principe van katalyse kunnen ontdekken in de klas.

In het practicum wordt het rendement van verschillende katalysatoren onderzocht. Met behulp van een heterogene katalysator wordt methaan omgezet tot koolstofdioxide. De reactieproducten worden gemeten met onze CompactGC™ (beschikbaar gesteld door de UU in samenwerking met Interscience). Dit practicum is daardoor ook uitermate geschikt om gaschromatografie in de klas te behandelen. Daarnaast laten we leerlingen nadenken over de complexiteit van industriële vraagstukken, want ook andere factoren die een rol spelen bij het bepalen van de meest geschikte katalysator komen aan bod.

Om u alvast een voorproefje te geven van dit practicum bieden wij deze werkgroep aan. Deelnemers gaan in groepjes zelf aan de slag met de proef en de ontwikkelde lesbrief. Tijdens de werkgroep is er ruimte voor discussie, want we willen uiteindelijk dit practicum zo goed mogelijk laten aansluiten op de wensen van docenten en daarbij is uw inbreng van groot belang! We hopen u tijdens deze werkgroep enthousiast te maken voor dit practicum en wellicht komen we dit schooljaar al bij u langs! Meer weten? Neem dan alvast een kijkje op www.gcindeklas.nl voor een impressie van het practicum of stuur een mail naar science.vwo.chem@uu.nl.

Download (PPT): Vakoverstijgend redeneren stimuleren met een LCA

Lodewijk Koopman en Esther de Waard

De bètavakken kennen veel samenhang. De huidige examenprogramma’s voor biologie, natuur- en scheikunde bieden al veel mogelijkheden om hiervan gebruik te maken. Het blijkt echter moeilijk dit in de praktijk te brengen. Ook lijkt het wel eens of leerlingen vakkennis in een eigen vakje op te slaan, waardoor het moeilijk is om er in een andere context gebruik van te maken.

In deze werkgroep kijken we hoe we op een betekenisvolle manier meer samenhang kunnen aanbrengen in onze lessen biologie, natuur- en scheikunde. Welke vragen moeten we leerlingen stellen zodat ze hun vakspecifieke kennis op een meer diepgaande manier integreren? Welke voorbereiding is hiervoor nodig? En hoe werk je met je collega’s samen?

We bespreken deze onderwerpen en vragen aan de hand van een lessenserie die als onderdeel van een postdoconderzoek is ontwikkeld. De lessenserie gaat over biobrandstoffen en gebruikt de levenscyclusanalyse (LCA) als tool om leerlingen met meer diepgang verschillende vakinhoud met elkaar in verband te brengen.

De opbouw van de werkgroep (onder voorbehoud):
– Inleiding en voorbeelden (30 min)
– Werkgroep: eigen ideeën uitwerken (45 min)
– Uitwisseling en conclusie (15 min)

Jan Apotheker

Ethiek en duurzaamheid zijn onderwerpen die langzamerhand meer aandacht vragen in ons onderwijs. De ‘Sustainable development goals’, die door de Verenigde Naties zijn opgesteld, zijn voor velen een inspiratie bron voor onderwijs, dat gericht sop het oplossen van die problemen. Maar ook ethische vragen, die daaraan gekoppeld zijn spelen daarbij een rol. Het gat daarom specifiek om vragen die aan een chemicus gesteld kunnen worden. Met name de vraag,’ hoe gebruiken we onze kennis op een ethisch verantwoorde manier?’ staat centraal in een stuk over kernwaarden in de chemie van de KNCV. Rondom die kernwaarden is door de KNCV onderwijsmateriaal ontwikkeld, waarin aan de hand van een concreet geval(casus) besproken wordt hoe je daar als chemicus mee om zou gaan. Je wordt geconfronteerd met en dilemma, waarin jezelf/ cq de een leerling moet besluiten wat je zou doen in zo’n situatie. Aan de hand van een serie gestructureerde vragen wordt de discussie vorm gegeven, waardoor met name de eigen rol en verantwoordelijkheid duidelijk wordt.
In de workshop wordt het materiaal gepresenteerd en kun je het materiaal ook zelf ervaren.

Zoé ten Brink en Menno de Waal

Net als de chemie ontwikkeld didactiek zich ook in snel tempo. Waar Lavoisier nog met ganzenveer schreef en de docenten met een krijtje, gebruiken we nu steeds vaker een digibord en soms tablets. Waarom werkt de ene aanpak wel en de andere niet? Hoe geef je digitale middelen een plek in jouw didactiek? In anderhalf uur nemen we jou mee in waarom en hoe digitale tools jouw didactiek kunnen versterken. Wij geven je praktische tips en maken je wegwijs in een aantal digitools. Je gaat ook zelf aan de slag. Neem daarom je laptop of tablet mee.

Het practoraat Mediawijsheid onderzoekt en experimenteert actief met digitale middelen om docenten digitaal vaardiger te maken. Meer info is te vinden op: www.mbomediawijs.nl

Gjalt Prins en Ton Bominaar

Katalyse is vakgebied in de chemie dat momenteel sterk in de belangstelling staat door o.a. haar (potentiele) bijdrage aan groene chemie en duurzaamheid. Mede daarom vindt er veel onderzoek naar katalyse plaats. Het onderzoek naar katalytische processen valt te typeren als ‘data-driven research’. Via empirische data wordt de werking van katalysatoren op moleculaire schaal bestudeerd en ontrafeld. In het scheikunde curriculum op het middelbaar onderwijs wordt aandacht besteed aan katalyse, vaak in de context van reactiekinetiek. In deze werkgroep presenteren we een lesbrief waarin katalyse als begrip centraal staat. De lesbrief laat leerlingen via het doen van experimenten begrip ontwikkelen over katalyse. Na de introductie, waarin het belang van kennis over katalyse wordt onderstreept, doen leerlingen allereerst kennis op van resp. homogene -, heterogene – en biokatalyse aan de hand van de ontleding van waterstofperoxide. In het tweede deel van de lesbrief onderzoeken leerlingen zelf de katalytische werking van een aantal stoffen voor de ontleding van waterstofperoxide. In deze werkgroep voeren we de hoofdactiviteiten uit die ook in de lesbrief staan en bespreken we de bruikbaarheid in de klas en de eventuele meerwaarde voor leerlingen.

W20-Inspirerend practicum, oud in een nieuw jasje

Henriette klein Bluemink

Tijdens deze workshop van de TOADOT van de UT Enschede ga je zelf aan het werk zoals eenieder die al vaker bij ons een workshop heeft gevolgd wel weet.
Ook deze keer nemen we weer leuke practica mee. Wat het wordt? Kom het beleven!
Wat we wel verklappen is dat je lekker aan het werk gaat, tijd hebt om met andere toa’s te kletsen over de practica. Je mag op en aanmerkingen geven aan de workshopleiders zodat we samen tot een practicum komen dat staat als een huis.
Deze keer krijg je geen boekje mee met alle practica, deze kun je nl vinden op onze site www.utwente.nl/pro-u in de map docentontwikkelteams, mapje DOT TOA.

Tot ziens

Henriette klein Bluemink

Evelien Lingeman

Een beroep of studierichting kiezen is al moeilijk genoeg en wordt er niet makkelijker op wanneer je te jong bent om het beroep ook écht te beleven. Dit is echter wel het geval voor veel jongeren die interesse hebben in een beroep in de chemische sector.
Door de scherpe veiligheidsregels in fabrieken en laboratoria is het lastig om met leerlingen een kijkje achter de schermen te nemen. Hierdoor hebben ze slechts beperkte kennis van de mogelijkheden die de chemische sector biedt en zijn hun ervaringen vaak passief omdat het enige beschikbare voorlichtingsmateriaal tekst of film is.
Daarom is c3 begonnen met het ontwikkelen van Virtual Reality beroepsvoorlichting. Hiermee maken we het mogelijk mee te lopen met professionals die normaal gesproken achter gesloten deuren werken.
Tijdens deze workshop delen we onze aanpak voor het ontwikkelen van de films, gaan we ze samen bekijken en werken we samen aan een goede vorm om de films de klas in te brengen.

Martin Vos en Jeroen Sijbers

Curriculum.nu is in volle gang. In april 2019 gaat er een advies naar de tweede kamer over de herziening van het curriculum, waarbij de nadruk zal liggen op een betekenisvolle en samenhangende leerlijn van 4-18. Het ontwikkelteam ‘Mens en Natuur’, waar scheikunde onder valt, heeft inmiddels 2 tussenproducten gepubliceerd en daarop veel feedback op gekregen. Deze feedback wordt tijdens onze derde driedaagse werksessie verwerkt. Tijdens de werkgroep willen we onze uitwerking van de leerlijn toelichten aan de hand van ‘grote opdrachten’ en hier jullie feedback over ophalen. Is scheikunde herkenbaar aanwezig in het curriculum? Zie voor tussenproducten: https://curriculum.nu/ontwikkelteam/mens-natuur/ Voor vragen kan je terecht bij martinvos@denieuwsteschool of bij j.sijbers@slo.nl

Andrea van Bruggen- van der Lugt en  Suzy Maljaars

Escape Rooms zijn sinds een aantal jaar enorm populair als recreatief uitje. Maar ook in het onderwijs kunnen Escape Rooms prima worden ingezet, om leerlingen op een leuke en uitdagende wijze zelf aan de slag te laten gaan. Ook voor scheikunde zijn er al succesvolle voorbeelden van het gebruik in onder- en bovenbouw.

Wat gaan we doen?

In de workshop zetten we de do’s en don’ts op een rij en laten we voorbeelden en materialen zien. Daarna gaan we in verschillende groepen aan de slag; docenten die voor het eerst aan de slag gaan, en mensen die al eens een ER gemaakt hebben.

Erik Meij

Onderwijs gaat over leren en dus is een docent bij uitstek iemand die weet hoe leren werkt. Je maakt je dagelijkse didactische keuzes op basis van wat je weet over leren, bewust of onbewust. Dat is een paradigma van waaruit we vertrekken ion onderwijs.
Uit onderzoek blijkt dat de beelden die ß-docenten hebben van leren nogal uiteenlopen. Van rotsvaste overtuigingen tot losse flarden, van theorieën tot principes tot intuïties.
In deze workshop gaan we eerst op zoek naar onze eigen ideeën, beelden en overtuigingen en de uitkomsten zullen we, toegespitst op het doceren van chemie, bespreken en vertalen naar uw dagelijkse praktijk.

Chris Slootweg en Tom Keijer

De principes van duurzame chemie zijn inmiddels sterk verankerd in ons scheikundeonderwijs. Opmerkelijk is echter dat deze principes zich alleen richten op de verbetering van lineaire productieprocessen terwijl tegenwoordig het realiseren van een circulaire economie het ultieme doel is. In deze lezing introduceren wij het concept circulaire chemie en geef voorbeelden aan de hand van de 12 principes van circulaire chemie (artikel zojuist geaccepteerd in Nature Chemistry) over het duurzaam gebruik van fosfor, stikstof, biomassa, plastics en CO2. Het gebruik van afval als grondstof staat hierbij centraal.

Linda Grotenbreg

De mensheid staat voor grote uitdagingen. Komt 2050 dan is de verwachting dat er 9,7 miljard monden gevoed moeten worden. In de tussentijd moet de impact van de mensheid op de natuur en het klimaat drastisch omlaag.
Om voedselzekerheid en voedselveiligheid te kunnen garanderen moeten we op zoek naar alternatieve methoden van voedselproductie.

Riverfood, gevestigd te Leiden en opgericht in 2015, streeft er naar om ‘gezond voedsel voor iedereen, overal’ te produceren. Er wordt een combinatie van aquaponics en vertical farming gebruikt waardoor, in een kringloop, meerdere lagen groente en fruit sámen met vis (en andere eetbare waterdieren) gekweekt kunnen worden. Hiermee is duurzame voedselproductie op maat mogelijk – zonder gebruik van pesticiden en antibiotica en met minimale afvalstromen – zowel buiten, als binnen in (stads)panden.

In deze werkgroep zullen we aan de hand van de ontwikkelde educatieve materialen – docentenhandleiding, leerlingwerkboek (vwo bovenbouw) en bijbehorende animaties – het principe van aquaponics doorlopen en duiken we in de chemische processen die een rol spelen in deze voedselproducerende kringloop.

Aan het einde heeft iedereen een eigen miniatuur aquaponicssysteempje en een scala aan mogelijke practica-, profielwerkstuk- en project ideeën om in de klas mee aan de slag te gaan.

Slotverhaal

Pedro De Bruyckere

Onderwijs kent geen chemische formules die altijd hetzelfde uitkomen. Niet alles werkt en niets werkt altijd in onderwijs. Daarom in deze lezing van Pedro De Bruyckere geen hemelbelovende formules of recepten, maar wel een besprekingen van de verschillende ingrediënten die je als docent kunt gebruiken om je onderwijs beter te maken voor jouw leerlingen. Gebaseerd op onder andere het nieuwe boek Klaskit, tools voor topleraren.